U bent hier:
Op dinsdagavond 13 maart start de module Financiering en Beleggen in de Post Academische Opleiding "Philanthropic Studies". De module... Lees verder »
Op maandagavond 12 maart gaat de module Migranten, Geefgedrag en Ontwikkelingssamenwerking van start. De module is onderdeel van de Post... Lees verder »
Op 27 februari 2012 start de vierde cyclus van de opleiding Jong... Lees verder »
Nieuws Overzicht »
contactpersoon: Barry Hoolwerf
In september 2005 startten de Stichting Serviceclubs in Nederland (SIN) en de Werkgroep Filantropische Studies het onderzoek naar serviceclubs in Nederland. Serviceorganisaties zijn organisaties waarvan de leden zich vrijwillig inzetten voor maatschappelijke doelen. In Nederland bestaan twaalf serviceorganisaties die zijn aangesloten bij de SIN: Rotary, Lions, Soroptimisten, Ladies Circle, Fifty-One, Inner Wheel, Leos, Rotaract, De Nederlandsche Tafelronde, Junior Chamber International, Zonta en Kiwanis.
Het doel van het onderzoek was enerzijds het maken van een historisch-sociologische en politicologische analyse van de maatschappelijke betekenis van Nederlandse serviceorganisaties: wat was de missie van de founders en hoe wordt deze missie in de huidige maatschappelijke context geconcretiseerd? De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in Geven in Nederland 2007.
Daarnaast is, aan de hand van een vragenlijst, van de afzonderlijke serviceorganisaties de financiële en (im)materiële bijdragen en de doelen van het algemeen nut die ze steunen, in kaart geprobeerd te brengen. Het uitgangspunt was geaggregeerde gegevens te krijgen van de serviceorganisaties, maar zij konden hieraan geen gehoor geven, omdat er geen geaggregeerde gegevens voor handen waren. Omdat de respons in eerste instantie gering was, is het niet mogelijk om algemene uitspraken te doen over de resultaten.
Recentelijk is er begonnen met het opnieuw verzamelen van gegevens, via een nieuwe, aangepaste vragenlijst. Door nauwe samenwerking met de SIN een andere benaderingswijze van de service clubs zijn betere gegevens verzameld, in het bijzonder met betrekking tot de financiële bijdragen van de service clubs. Op het gebied van immateriële dienstverlening bleek het opnieuw moeilijk om representatieve gegevens te verzamelen. Voor de resultaten van dit onderzoek kunt u terecht bij Barry Hoolwerf.
Laatst gewijzigd: dinsdag, 6 april 2010 (16:21)