020 598 6805 / 020 598 6804 cfs@vu.nl

De laatste weken zijn de universiteiten negatief in het nieuws. Een kritische exit-brief in de NRC van de Groningse medewerker Eelco Runia over het functioneren van zijn Letterenfaculteit en de universiteit in het algemeen maakt als krachtig egodocument veel los, ook bij studenten. New Public Management en marktwerking worden – in combinatie – als hoofdschuldigen aangewezen.

VSNU-voorzitter Duisenberg wijst in een reactie op de brief van Eelco Runia op structurele oorzaken als het toenemend aantal studenten bij gelijkblijvende financiering. De toezeggingen van het Kabinet om vanaf 2021 een bedrag van 236 miljoen extra te investeren zal de geschetste situatie geen fundamentele oplossing bieden. Wat dan wel?
Onderzoek en onderwijs zijn een taak van de overheid en daar moet zoveel mogelijk overheidsgeld naar toe. Dat is de verantwoordelijkheid van de politiek en uiteindelijk van de kiezer. Daarnaast zoeken universiteiten om extra middelen te werven ook de markt op. Dit universitaire marktgedrag kent globaal twee soorten activiteiten: het bieden van (een uitgebreider) kennisaanbod en het uitvoeren van derde geldstroomonderzoek.

Verdringing van onderzoek
Het eerste betreft onderwijs aan externen, zoals postacademische cursussen en valorisatie van kennis in de vorm van patenten. Het derde geldstroomonderzoek is opdrachtonderzoek voor bedrijven, overheden of non-profitorganisaties.

Deze activiteiten geven de universiteit de nodige beleidsruimte. Dat is veel minder het geval bij de belangrijkste geldbron, namelijk de overheid. Deze overheidsfinanciering is verbonden met een afrekensysteem op basis van outputresultaten (aantallen afgestudeerden, promoties en publicaties) en met kwaliteitscontrole via visitaties (plannen en evaluaties). De universitaire organisatiecultuur en structuur hebben zich hierop ingesteld.

De afhankelijkheid van overheidsfinanciering zorgt voor verdringing van onderzoek door onderwijsproductie en de derde geldstroominkomsten veroorzaken verdringing van wetenschappelijk onderzoek door opdrachtonderzoek. Bij derde geldstroomonderzoek aan externe opdrachtgevers speelt dezelfde discussie als bij de overheidsfinanciering echter met één verschil. De laatste dient het ‘algemeen belang’ en opdrachtonderzoek in de regel een ‘particulier belang’ dat volgens critici gemakkelijk de wetenschappelijke integriteit en de onafhankelijkheid van de universiteit in gevaar brengt. In de organisatiewetenschappen wordt het gedrag van universiteiten jegens de beide financieringsbronnen geanalyseerd vanuit de ‘resource dependence theory’.

Financiering door de achterban
Het zijn de culturen van New Public Management en van “marktwerking” die botsen met de universitaire cultuur van professionele onafhankelijkheid. Een oplossing voor de toekomst zou kunnen zijn dat Nederlandse universiteiten de oproep tot ‘diversification of income streams’ van de European University Association in de volle omvang serieus gaan nemen. Niet klakkeloos, maar door er een Nederlandse invulling aan te geven. Diversificatie van inkomstenbronnen houdt in dat naast overheidsfinanciering en de extra marktinkomsten ook filantropie als inkomstenbron wordt ontwikkeld.

In het verleden was dat vanzelfsprekend en ook nu worden eerste stappen gezet: de Vrije Universiteit is jarenlangs deels door de eigen achterban gefinancierd, voor de Radboud Universiteit geldt hetzelfde en de Tilburgse Universiteit heeft een “Tilburg University Society” waarmee voor haar betrokken omgeving een plaats wordt ingeruimd. Het “Trustfund” van de Erasmus Universiteit is het meest recente voorbeeld.

Hierbij gaat bij filantropische inkomsten het niet alleen om geld. Integendeel. De universiteiten moeten zich realiseren dat zij een breder maatschappelijk draagvlak hebben dan het politieke of het commerciële. Een maatschappelijk draagvlak, dat vanuit een andere cultuur een ander geluid binnen de universitaire muren zal laten klinken: een cultuur van betrokkenheid die niet commercieel of output gericht is.

Bureaucratisering en marktwerking verminderen
In 2005 werd door het toenmalige kabinet de Taskforce “Geven voor weten; particuliere middelen voor de wetenschap ” ingesteld, inspelend op de geefbereidheid onder Nederlanders. Die bereidheid was er en is er in steeds grotere mate. Dit initiatief werd later door de Europese Commissie, het Directoraat Generaal “Research and Innovation” overgenomen. Ook in Europa wordt contact met filantropische fondsen gezocht.

Bestaand financieringsbeleid verandert niet snel; organisatieculturen evenmin, ook al krijgt de kritiek op het huidige functioneren van de universiteiten alom meer aandacht. Misschien kunnen maatschappelijk betrokkenen in de rol van nieuwkomer een tegenwicht gaan vormen tegen de gesignaleerde tendensen en zo de druk van bureaucratisering en marktwerking verminderen. Deze bijdrage aan de discussie is bedoeld een aanzet te geven voor wat hopelijk een perspectief voor de toekomst kan worden.

Deze blog werd geschreven door Prof. Theo Schuyt, hoogleraar Filantropie bij het Centrum voor Filantropische Studies, en verscheenals opinieartikel ‘Is er een weg uit de universitair misère’ in Science Guide op 23 februari 2018.